WELKOM BERNHARD ZWEERS OVER "ST. NICOLAASFEEST" COMPLETE TEKST PARTITUREN UITVOERINGEN BESTELLEN CONTACT LINKS


Sint Nicolaas
houdt boek

TEKSTEN “ST. NICOLAASFEEST”

Deel 1

kinderkoor:
Voor Sinterklaas den kindervriend
een feestlied aangeheven
Hem dank en lof gegeven
dat heeft die brave ruim verdiend
want jaar op jaar bereidt hij vreugd
aan onze jonge jeugd
aan onze jonge jeugd

Een groet van welkom hem gebracht
met volle frissche longen
Hem juichend toegezongen
die ons zoo mildlijk heeft bedacht
die ons zoo mildlijk heeft bedacht
Aan hem gewijd jubelzang:
de Bisschop leve lang!

meisjes:
Het weer is guur, de winter nadert
het zonnetje gaat al vroeg ter rust
Geen vogeltje heeft in zingen lust
want alle boomen zijn ontbladerd
want alle boomen zijn ontbladerd
en 't laatste bloemken in den hof
verwelkte en boog ter neer in ’t stof
jongens:
Nu spelen wij niet langer buiten
wij hoepelen niet meer langs de straat
voor knikkeren is het veel te laat
en met de vliegers is het fluiten
is het nu fluiten
die waaien bij der winden ruk
toch in een ommezien aan stuk

meisjes:
Maar prettig is nu’t schemeruurtje
wij scharen ons om ’t kachelvuurtje
dat helder vlamt en vonken schiet
en broer noch zusje heeft verdriet
Een vroolijk liedje wordt gezongen
nu't maantje door de ruiten tuurt
en zoo het nog een poosje gluurt
dan ziet het ons bijeen gedrongen
als muisjes op een kluitje
en niemand roert zijn snuitje
elk spitst zijn ooren als een haas
want vader gaat vertellen
van Sinterklaas

vader:
Er leefde lang geleden
een bisschop, rein van zeden
een hoogeerwaardig man
een best en needrig man
Zijn kromstaf was van cederhout
zijn mijter klinkklaar goud.
Toch was hij niet tevreden
die allerbraafste man.
Maar gij raadt er de reden
niet gemakk'lijk van.

Het was zijn vrome wensch
dat nooit een enkel mensch
ellende had of smarte
of kommer droeg in ’t harte
en meer geluk en blijder vreugd
Moest ook het deel zijn van de jeugd
En waar 't alevel niet kon zijn
gaf dat hem zorg en pijn.

Hij schonk den armen dek en kleed
en brood aan elk die honger leed.
Hij hielp zooveel hij helpen kon
waardoor hij aller liefde won.

En meisje en knaap met blijden lach
hem groette op plein en straat
als men den grijsaard naad 'ren zag
in prinslijk kerkgewaad.

Zoo bracht hij troost en zegen
en hulp in veler nood
totdat hij, hoog van jaren,
in vrede de oogen sloot
Zijn graf werd door de jeugd met bloe-men, met witte rozen overspreid
en tranen louter dankbaarheid
heeft weeuw en wees om hem geschreid
men bleef zijn naam vol eerbied noemen
en d'eedle bisschop Nikolaas
ontving den heil'gen titel
van Sinterklaas!

kinderkoor:
Sinterklaas, goedheiligman!
Trek je besten tabberd ân
Blief je wat te geven
lang zal je leven.
Zalig zal je sterven
den hemel zal je erven
Sinterklaas, goedheiligman!
Den hemel zal je erven.

't Verblijdt ons meer te hooren
van dien goedheiligman.
Wij schuiven nog wat nader
rondom den stoel van vader
zoo dicht maar kan
zoo dicht maar kan

vader:
Een schoenmaker werkte zoo hard
zoo hard voor zijn brood
Toch zat hij in nood
en dat deed hem zoo'n smart.
En dat bleef hem zoo hind'ren
voor vrouwlief en kind'ren
en hij zuchtte zoo menigen keer
bij 't kloppen van 't leer:
Och Heer! Och Heer!

En langs zijn huisje 's avonds laat
daar ging de bisschop over straat
hij hoorde 't klagen van den man
en werd er diep getroffen van.
En zonder dat het iemand zag
kwam dra zijn geldbeurs voor den dag
en zacht, onhoorbaar gleed die toen
door 't open venster in een schoen.

De bisschop sloop in 't duister voort
en de arme man had niets gehoord.
Maar d'andren morgen, als hij vroeg
weer op het harde leder sloeg
wat schrik en vreugde, wen hij zag
dat in een schoen een goudbeurs lag.

kinderkoor:
Sinterklaasje, kapoentje!
Gooi wat in mijn schoentje
Gooi wat in mijn laarsje
Dank je, Sinterklaasje!
Gooi wat in mijn schoentje,
Sinterklaasje, kapoentje!
Gooi wat in mijn laarsje,
Dank je, Sinterklaasje!

Deel 2

kinderkoor:
Komt meê, komt meê,
komt meê naar markt en straat.
Komt meê, komt meê,
't is druk in alle wijken;
Daar valt zoiets te kijken
waarvan men puur verwonderd staat.
Komt meê, komt meê,
Naar markt en straat, komt meê!

Wat ligt er al veel moois en zoet
In meer dan rijken overvloed
Nu uitgestald voor't winkelraam
En in de speelgoedkraam.
Komt meê, komt meê, komt meê,
En wat gejuich en blij geruisch,
vervullen plein en straat
Maar door ons drentlen wordt het laat
En dus: naar huis! naar huis!

Wat was er heerlijk veel te zien,
En wat een licht en bloemen!
Wat was er heerlijk licht
En wat een bloemen;
Maar slaat het buiten nu al tien?
O boze klok! wat loopt gij snel;
Wij hooren uw vermaning wel,
Ja, moelief! ja,
Wij gaan naar bed,
Wij hebben onze schoentjes
Al op en rij gezet,
In't donkerst hoekje van den haard,
En volgestopt met hooi voor't paard,
Voor't paard van Sinterklaas

Twee reuzenvogels vliegen
heel ver uit Afrika,
Op witte en zwarte vlerken
Elkander driftig na.
Zij flad'ren langs de huizen
En pikken tegen 't raam,
En buigen voor den schoorsteen,
En zingen onzen naam.

Wij mogen op hun halzen
meêrijden naar de maan,
En hebben elk een rokje
van zilverweefsel aan,
Het mannetje in het maantje
lacht guitig tegen ons,
En drinkt ten ons pleziere
Een glaasje warme pons

Dan wordt hij oolijk vroolijk,
En danst met ons in't rond,
En ook de vogels dansen
tot aan den uchtendstond.
Maar plots'ling worden beiden
een bischop en een moor,
En strooien pepernoten
De gansche wereld door.

Ze haag'len tegen't venster
Met knetterend geluid,
Zoodat w'er van ontwaken
En onze droom is uit.

Daar is de dag, zoo lang verwacht,
Die prettig blij ons tegenlacht,
Al mist hij zonneschijn.
Strooiavond zal het wezen,
Strooiavond zal het wezen,
Strooiavond zal het zijn!
Wij hebben niets te vreezen,
Wij deden weinig kwaad;
Gelukkig 't wordt al laat!
Strooiavond zal het wezen,
Strooiavond zal het wezen,
Strooiavond zal het zijn!

Sinterklaas ging over het water
Met een dikken duivekater
Stil! ik hoor daar buiten stommelen,
vast de buurman, die ons fopt;
Stil! ik hoor in't donker rommelen,
Hard wordt tegen de deur geklopt.

vader:
Kom maar binnen,
Sinterklaas!
Laat de vreugde maar beginnen.
Kind'ren maakt den Bisschop plaats.
Sinterklaas:
Goedenavond kind'ren!
Ja, ik ben er weer.
Kinderkoor:
Dag, mijnheer de Bisschop!
Dag hoogwaardig Heer!
Sinterklaas:
Wel, hebt gij uw ouders
liefdevol geeerd?
Waart ge op school gehoorzaam?
Hebt gij braaf geleerd?
En ook vroom gebeden?
Niet malkaar geplaagd?
Waarheid steeds gesproken
Werd u iets gevraagd?

Kinderkoor:
Ja, mijnheer de Bisschop!
Vraag het moeder maar,
En gerust ook vader,
't Is warempel waar;
Sinterklaas:
Nu, dat mag ik hooren,
Komt eens allen hier,
'k Bracht voor elk wat mede,
't doet u vast plezier.
Sinterklaasje bonne, bonne, bonne!
Gooi wat in de leege tonne,
Gooi wat in de huizen
Dan zullen wij grabbelen
als katten en muizen.

Vader:
Wel Sinterklaas! gij hebt ze dan
Terdege goed bedacht;
Mijn kindren hebben schik ervan,
Veel meer dan 'k had verwacht,
En daarom voeren tot besluit
Zij zeker nog een dansjen uit.
Zij kregen zulk een rijklijk deel
toch waarlijk niet altoos,
Maar geeft u ieder jaar zooveel
Dan zijn zij vast niet boos;
En nu: vaarwel, bedankt alweer,
En goede reis, hoogwaardig Heer!

Kinderkoor:
Nog eens lustig rondgesprongen,
Hand in hand, verheugd en blijd;
Nog eens lustig rondgesprongen,
En voor't laatste nu gezongen,
Want het wordt al slapenstijd.
Sinterklaasje bisschop!
Zet je groote muts op.
trek je besten tabberd ân,
Rijd er meê naar Amsterdam,
Van Amsterdam naar Spanje,
Appeltjes van oranje,
Peertjes uit den groenen krans,
zoo sluiten wij met zang en dans;
Zoo sluiten wij met zang;
Zoo sluiten wij met dans;
Zoo sluiten wij met zang en dans
het feest van Sinterklaas.

(Gedicht van Antoon L. de Rop)


Sint Nicolaas
op strooiavond

 

Antoon L. de Rop
(1837-1895)

 

 

Oefentracks (kinder-) koor
Deel I Deel II
Alle stemmen Alle stemmen
'Meisjes' 1e 'Meisjes' 1e
'Meisjes' 2e 'Meisjes' 2e
'Jongens' 1e 'Jongens' 1e
'Jongens' 2e 'Jongens' 2e

De geselekteerde partij klinkt boven de andere uit.

NB: De partijen zijn door
mij als bariton ingezongen;
kinderen in het eigen (hoge) octaaf laten zingen!